09 Specifieke werkzaamheden
 >  Werken nabij hoogspanningslijnen
  • Werken onder hoogspanning.
  • Dit kan dubbelzinnig worden opgevat!
  • We bedoelen echter 50 KV (of meer) hoogspanningskabels waar wij mee te maken krijgen.

Regelmatig worden werkzaamheden verricht met graafmachines, draglines, kranen e.d. in de nabijheid van hoogspanningslijnen. Te dicht naderen, aanraken of beschadigen van de onder hoge spanning staande draden heeft diverse malen geleid tot ongevallen met ernstige of dodelijke afloop. Het is om deze reden, alsmede ter voorkoming van storingen in de elektriciteitsvoorziening, dat wij het belangrijk vinden, dat onderstaande bepalingen en maatregelen in acht worden genomen bij het werken met graafmachines, draglines, kranen e.d. hoger dan 3,80 meter (met inbegrip van de hoogste stand van de giek)

  • Voor werkzaamheden in de "gevarenzone" van een hoogspanningslijn moet vooraf overleg worden gepleegd met de regionale energiemaatschappij.
  • Graafmachines, draglines, kranen e.d. mogen op de hoogste stand van de giek de draden van een hoogspanningslijn niet dichter naderen dan: 
  • - 5 meter bij hoogspanningslijnen met een spanning van 150.000 V, 
  • - 8 meter bij hoogspanningslijnen met een spanning hoger dan 150.000 V.
  • Bij werkzaamheden onder of nabij hoogspanningslijnen mag niet met een graafmachine, dragline, kraan of dergelijke worden gewerkt, waarvan de giek binnen voornoemde afstanden komt.
  • Bovenstaande bepalingen gelden zeker ook voor bouwkranen. In de ongunstigste stand van de kraan mag de hijsarm of de last niet binnen de gevarenzone van de hoogspanningslijn komen. Het blokkeren van de draaicirkel van een hijskraan, teneinde het te dicht naderen van de hoogspanningslijn te vermijden, wordt niet als een afdoende maatregel met betrekking tot de veiligheid beschouwt, zeer speciale gevallen buiten beschouwing gelaten.
  • De afstand van een hoogspanningslijn tot voorwerpen, waarvoor gevaar van omvallen bestaat b.v. een bouwkraan, moet zodanig groot blijven, dat deze voorwerpen bij omvallen de hoogspanningslijn niet te dicht naderen.
  • Om het mogelijke gevaar van aanraakspanningen te voorkomen, moeten mobiele werktuigen met sleepkettingen worden geaard.
  • Het personeel, dat met de bediening of het onderhoud van graafmachines, draglines, kranen e.d. is belast, moet nadrukkelijk op het gevaar van de aanwezigheid van de hoogspanningslijnen worden gewezen en van de hier vermelde bepalingen op de hoogte worden gesteld.
  • In alle gevallen, waarbij schade wordt toegebracht aan hoogspanningslijnen, moet hiervan onmiddellijk aangifte worden gedaan bij de regionale energiemaatschappij.
  • Bovenstaande bepalingen gelden zeker ook voor bouwkranen. In de ongunstigste stand van de kraan mag de hijsarm of de last niet binnen de gevarenzone van de hoogspanningslijn komen. Het blokkeren van de draaicirkel van een hijskraan, teneinde het te dicht naderen van de hoogspanningslijn te vermijden, wordt niet als een afdoende maatregel met betrekking tot de veiligheid beschouwt, zeer speciale gevallen buiten beschouwing gelaten. De afstand van een hoogspanningslijn tot voorwerpen, waarvoor gevaar van omvallen bestaat b.v. een bouwkraan, moet zodanig groot blijven, dat deze voorwerpen bij omvallen de hoogspanningslijn niet te dicht naderen.
  • Om het mogelijke gevaar van aanraakspanningen te voorkomen, moeten mobiele werktuigen met sleepkettingen worden geaard.
  • Het personeel, dat met de bediening of het onderhoud van graafmachines, draglines, kranen e.d. is belast, moet nadrukkelijk op het gevaar van de aanwezigheid van de hoogspanningslijnen worden gewezen en van de hier vermelde bepalingen op de hoogte worden gesteld.
  • In alle gevallen, waarbij schade wordt toegebracht aan hoogspanningslijnen, moet hiervan onmiddellijk aangifte worden gedaan bij de regionale energiemaatschappij.
  • Bij onweer moeten de werkzaamheden worden gestaakt.

Er dient permanent toezicht aanwezig te zijn als er binnen een afstand van 50 m uit het hart van de hoogspanningsleiding wordt gewerkt.

Als tijdens werkzaamheden een werktuig (hijskraan. graafmachine enz.) met de onder spanning staande draad van een hoogspanningsverbinding in contact is of er vindt overslag van een elektrische lading plaats, dan mag de machinist het werktuig in verband met het daaraan verbonden levensgevaar niet verlaten. Het werktuig moet geheel op eigen kracht, dus zonder hulp van andere werktuigen, vrijkomen.

Het verdient aanbeveling dat de machinist het voertuig pas verlaat indien het op eigen kracht buiten de gevarenzone is gekomen, of wanneer het elektriciteits-bedrijf meedeelt dat de spanning is afgeschakeld