09 Specifieke werkzaamheden
 >  Veilig werken langs het spoor
Introductie

Werken nabij het spoor is werken in een andere omgeving dan gebruikelijk. Een auto of fietser kan snel uitwijken of remmen als er door werkzaamheden iets gebeurt op weg of fietspad.

Een trein kan dit niet. De trein heeft hoge snelheden (140 km/u), een zeer lange remweg (1500 meter) en in een trein zitten veel mensen (260+). Daarnaast hangt er vaak een bovenleiding met hoge spanning (1800V of 25kV). Om de veiligheid van werknemers en passagiers te beschermen zijn er daarom veel “spoorse” regels waaraan gedacht moet worden. De belangrijkste worden in deze toolbox behandeld.

Houdt hier rekening mee tijdens het werken.

Toegang tot Prorail terrein

Iedereen die in opdracht van ProRail werkzaamheden verricht in de gevarenzone (zone A), nabijheidszone B of op een bouwplaats, kan vanaf 1 januari 2014 zijn Digitaal Veiligheidspaspoort gebruiken. Vanaf 1 mei 2014 is dit verplicht voor iedereen.

Alvorens een medewerker zijn Digitaal Veiligheidspaspoort ontvangt, dient hij:

  • de Veiligheidstraining te volgen
  • de toets Toegang tot het spoor met een voldoende resultaat af te leggen
  • zich te laten registreren in de DVP-database
  • een pasfoto via de DVP-portal up te loaden
Helaas toch oranje

Werkkleding

Prorail heeft eisen m.b.t. werkkleding/PBM’s

Dit zijn de volgende:

  • Helmplicht alle terreinen kleur geel of wit
  • Veiligheidsschoenen
  • Veiligheidsvest met reflecterende II

Aangevuld op basis aard van werkzaamheden:

  • Veiligheidsbril
  • Gehoorbescherming
  • Brandwerende overall
  • Doorwerkjas geel met reflecterende II
  • Werkbroek geel

ORANJE WERKKLEDING IS VERBODEN. Dit behoort toe aan VHM of GRW

Voor iedereen geldt:

  • Kom nooit in zone A en B

  • Plaats FA(hek) langs zone A in BD

  • Markeer begin zone C met lint/ketting

  • Voor BVL gelden andere regels!

  • Denk aan aanwezige K&L

Veiligheidszones conform NVW-trein

Onbedoeld binnen gevarenzone A gekomen

Werken nabij onder spanningstaande bovenleiding

Bovenleiding:

Het is verboden om binnen 1,5 meter van spanning voerende delen te komen, er staat 1800 V of 25 KV op. 

Als u voor werkzaamheden toch binnen 1,5 meter van spanning voerende delen moet komen dient u afdoende maatregelen tegen elektrocutiegevaar te treffen. Dit is schakelen en aarden volgens een op te stellen aardingsplan door een WV-er (werkverantwoordelijke)

Staat de hijskraan of heistelling zodanig opgesteld dat bij omvallen hij de bovenleiding kan raken moet de kraan geaard worden en dient periodiek een toezicht EV de werkzaamheden t.a.v. de bovenleiding te beoordelen op elektrocutie gevaar. Bij 1800V gelijkstroom moet aan spoor en geslagen aardpen geaard worden bij 25 kV volstaat alleen aarden aan een geslagen aardpen. (een stalen buispaal of damwand kan gebruikt worden i.p.v. de geslagen aardpen)